Een Potenstraat vol Prinsen of een Prinsenstraat vol Poten
Laten we beginnen met een klein stukje Boreftse geografie en historie. De Prinsenstraat in Bodegraven bevindt zich aan de achterkant van de korte Emmakade en loopt in noord-zuid richting zo'n beetje vanaf de zuidoever van de Oude Rijn tot aan de spoorbaan van de lijn Utrecht-Leiden.
Volgens het boekje van Wim Kusee, "Straatnamen in Bodegraven en Nieuwerbrug", is de Prinsenstraat ontstaan na een verzoek van dhr. Brunt in 1910, om een straat aan te mogen leggen en er huizen in te mogen bouwen. De gemeenteraad gaat vervolgens op 3 april 1911 akkoord en geeft daarbij een aantal eisen op, waaraan de straat moet voldoen. Een jaar later besluit de gemeenteraad aan deze straat de naam Prinsenstraat toe te kennnen. Naar welke prins de straat dan wel is vernoemd, is vanuit het archief niet te achterhalen, misschien Prins Hendrik (maar die straat was er toen al), of anders Prins Willem van Oranje. Aan de zuidkant liep de straat aanvankelijk met een bocht parallel aan de spoorlijn tot aan de Goudseweg; van dit laatste gedeelte is pas in 1954 de naam veranderd in Spoorlaan. Volgens de kadastrale kaart is het oudste pand in de straat van bouwjaar 1912 en is het nieuwste van 1959. Tot zover het stukje algemene Prinsenstraatkennis.
Dan rijst onmiddellijk de vraag: wat maakt deze, eigenlijk gemiddelde, voorloorlogse straat nu zo speciaal voor de Poten. Om dit te begrijpen is naast bovenstaande Boreftse, vooral ook een stukje specifieke Poothistorie nodig.
Op 24 juni 1899 wordt ene Johannes Jacobus Poot, dan postbode te Nieuwkoop, geboren op 22-10-1869 in Nieuwkoop en op 31-08-1894 getrouwd met de Nieuwkoopse smidsdochter Pieternella Verhoorn, m.i.v. 1 juli 1899 benoemd tot "brieven en telegrambesteller" te Bodegraven. Als gevolg van deze benoeming verhuist het gezin van geboren en getogen Nieuwkoper Johannes Jacobus Poot, dan bestaande uit vader, moeder en de kinderen Willem (geb. 1895) en Teunis (geb. 1898), in 1899 naar Bodegraven. Volgens het bevolkingsregister (RHC Rijnstreek te Woerden) zijn ze ingeschreven op adres "Dorpzuid 124c, 211". Waar deze adressen in Bodegraven precies waren gesitueerd heb ik helaas (nog) niet kunnen achterhalen. Na de verhuizing vanuit Nieuwkoop vinden in Bodegraven nog wel enige gezinsuitbreidingen plaats met achtereenvolgens dochter Cornelia Adriana (in 1905) en zonen Jacobus Johannes (in 1908) en Johannes Jacobus (in 1910). Ergens in 1912 is het gezin vervolgens verhuisd naar de Prinsenstraat; in 1919 woonden ze op nummer 53 en later zijn ze verhuisd naar nummer 32.
Hun kinderen hebben allemaal het grootste deel van hun jeugd doorgebracht in de Prinsenstraat in Bodegraven. Zoon Willem huwde in 1919 met Johanna Cornelia Bergshoef en kwam in Amsterdam terecht, dochter Cornelia Adriana trouwde in 1930 met Jacob Marius Beunder en vertrok naar Zwammerdamen, zoon Jacobus Johannes werd helaas slechts één jaar oud en zoon Johannes Jacobus trad in 1935 in 't huwelijk met Trijntje Lok en was als dominee actief in verschillende plaatsen in Nederland, om uiteindelijk in Woerden terecht te komen.
Blijft over de tweede zoon: Teunis. Hij trouwde op 23-10-1924 met Adriana Elizabet (Bets) Vuijk en u had het waarschijnlijk al vermoed: ging wonen in Bodegraven, in de Prinsenstraat en wel op nummer 28. Er volgden verhuizingen: rond 1925 naar nummer 15 en in 1935 naar nummer 2, maar wel nog steeds in de Prinsenstraat. In deze straat zien dus uiteindelijk al hun 9 kinderen (5 zonen en 4 dochters) het levenslicht. Zij brengen ook alle 9 een groot deel van hun jeugd (sommigen zelfs hun volledige jeugd) door in de Bodegraafse Prinsenstraat.
In 1933 verlaat Johannes Jacobus "de post": hij gaat na 38 trouwe dienstjaren (incl. zijn militaire dienst) genieten van zijn welverdiende pensioen. De laatste jaren van zijn leven krijgt hij last van suikerziekte, waardoor hij in 1944 in het ziekenhuis te Gouda terechtkomt. Hij overlijdt daar op 6 maart 1944.
Zoon Teunis verhuist met zijn gezin in 1952 vanuit de Prinsenstraat nummer 2 naar de Burg. G.R. Vonklaan nummer 26. De dan nog enige in de Prinsenstraat woonachtige Poot, Pieternella Poot-Verhoorn, keert in mei 1956 terug naar haar geboorteplaats Nieuwkoop waar ze op 28 april 1967 op 94-jarige leeftijd overlijdt. En uiteindelijk, is na bijna 45 jaar, de Prinsenstraat te Bodegraven volledig "ontpoot".
Uit bovenstaande kunt u afleiden dat er een stevige band bestaat tussen de historie van de Prinsenstraat met de vroege familiegeschiedenis van de Bodegraafse tak van de familie Poot. Drie generaties Poten hebben een deel van hun leven doorgebracht in de Bodegraadse Prinsenstraat; de derde generatie is uiteindelijk uitgezwermd over Bodegraven of daarbuiten.
Het aanzicht op de voorzijde van de bebouwing in de straat is eigenlijk nauwelijks veranderd t.o.v. de periode 1912-1956; nieuwbouw na sloop heeft hier naar mijn idee niet plaatsgevonden en je krijgt bij een wandeling door de straat, zeker als je de vele geparkeerde auto's wegdenkt, toch echt nog wel een aardige indruk van hoe de Poten daar vroeger tegenaan gekeken moeten hebben. Dit wordt ook min of meer bevestigd door het oudste kleinkind van Johannes Jacobus Poot, Teunis (Bob) Poot -daar geboren in 1925- in een artikel in Boreftse Berichten van september 2022, waarin hij zijn herinneringen aan de straat van zijn jeugd beschrijft.
Feit blijft: of je deze straat nu ziet als een Potenstraat vol Prinsen of een Prinsenstraat vol Poten, in Bodegraven blijft 'ie gewoon de Prinsenstraat.



Nieuwkoopse smidsdochter Pieternella Verhoorn, m.i.v. 1 juli 1899 benoemd tot "brieven en telegrambesteller" te Bodegraven. Als gevolg van deze benoeming verhuist het gezin van geboren en getogen Nieuwkoper Johannes Jacobus Poot, dan bestaande uit vader, moeder en de kinderen Willem (geb. 1895) en Teunis (geb. 1898), in 1899 naar Bodegraven. Volgens het bevolkingsregister (RHC Rijnstreek te Woerden) zijn ze ingeschreven op adres "Dorpzuid 124c, 211". Waar deze adressen in Bodegraven precies waren gesitueerd heb ik helaas (nog) niet kunnen achterhalen. Na de verhuizing vanuit Nieuwkoop vinden in Bodegraven nog wel enige gezinsuitbreidingen plaats met achtereenvolgens dochter Cornelia Adriana (in 1905) en zonen Jacobus Johannes (in 1908) en Johannes Jacobus (in 1910). Ergens
in 1912 is het gezin vervolgens verhuisd naar de Prinsenstraat; in 1919 woonden ze op 

